Voor elke leerling maken we een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) dat we jaarlijks bij de start én bij de evaluatie van het schooljaar met leerling en ouders bespreken. Voor nieuwe leerlingen streven we ernaar om dit binnen 6 weken na plaatsing te doen. Hierin staat wat een leerling kan en welke ondersteuning uw kind nodig heeft om te kunnen leren en zich verder te kunnen ontwikkelen.
Ook staat in het plan welke zaken het leren makkelijker of moeilijker maken. De mate van ondersteuning bepaalt de leerroute van de leerling. Deze onderwijsperspectief-plannen worden aan het begin van het schooljaar in samenspraak met ouders en leerling vastgesteld. De doelen op de verschillende individuele leer- en ontwikkelingsgebieden worden tussentijds (februari/maart) geëvalueerd en besproken met de ouders. Een OPP wordt gedurende het schooljaar alleen aangepast als er iets in de daadwerkelijke uitstroomrichting verandert.

Voor bovenstaande jaarlijks terugkerende gesprekken, wordt u uitgenodigd door de leerkracht van uw kind. U voert de gesprekken met de leerkracht, tenzij aanwezigheid van een IB’er of orthopedagoog gewenst is. Leerlingen van 16 jaar en ouder zijn altijd bij de gesprekken aanwezig. Bij jongere leerlingen laten we deze keuze bij de ouders. U kunt daarnaast altijd zelf tussentijds een gesprek aanvragen.
Elk halfjaar wordt een groepsbespreking gehouden waarin zowel de leerresultaten als het welbevinden van de leerlingen worden besproken. Ook vinden er in het VSO twee keer per jaar portfoliogesprekken plaats met de leerlingen. De voortgang van de leerling wordt halverwege het schooljaar geëvalueerd en besproken met leerling en ouders. Deze evaluatie wordt vastgelegd in het leerlingvolgsysteem ParnasSys.